WAT IS JU-JITSU ?
Ju-Jitsu zou je kunnen vertalen als “zachte kunst” of “zachte vaardigheid”. Het is een zelfverdedigingskunst met als doel de aanvaller zo snel mogelijk te controleren en/of uit te schakelen en combineert hiervoor verscheidene krijgskunsten (budo). De beoefenaar ervan heet een ju-jitsuka.
Ju-Jitsu mag niet louter beschouwd worden als zelfverdedigingskunst, maar is een zeer complete budokunst voor jong en oud met een enorm breed scala aan vaardigheden, met opvoedkundig doel samengesteld. Ju-jitsu is een typische ZEN-kunst en tegelijkertijd een filosofie, een esthetiek, een theorie en een praktijk, gebaseerd op het menselijk instinct. Het is een wetenschap en studie van de potentiële krachten van lichaam en geest. Het heeft te maken met het bestuderen van de wetten der zwaartekracht, dynamica en mechanica voor zover deze betrekking hebben op de functies van het menselijk lichaam. Door voortdurend en intensief trainen, zorgt het ju-jitsu voor een optimale staat van lichaam en geest, een belangrijke waarde binnen het leven van de ju-jitsubeoefenaar die zichzelf tracht te perfectioneren.
Ju-Jitsu betekent dus zachte of soepele kunst, de kunst van het overwinnen door flexibel in de aanpak te zijn. Het flexibel zijn (ju) wordt wel eens verward met het consequent meegeven met de kracht van de tegenstander en op deze wijze de overwinning te behalen. Dit is echter geen praktische interpretatie en leidt tot een naïeve manier van verdedigen. Ju-Jitsu moet op een zodanige manier worden beoefend dat het voldoet aan de doelstelling: doelmatige zelfverdediging in allerlei situaties.
In het Ju-Jitsu leert men o.a. bevrijdingstechnieken uit allerlei grepen, klemtechnieken, werpen, verwurgen, houdgrepen en controletechnieken, afweer- slag- en traptechnieken, toepassing van drukpunten, verdediging tegen wapens, enzovoorts.
Vroeger werd het Ju-Jitsu gebruikt wanneer de krijgsman zonder wapens kwam te staan. Het kon leiden tot wrede en brutale technieken. In de moderne tijd wordt het Ju-Jitsu beoefend op een manier dat veiligheid en gezondheid van de beoefenaars op de eerste plaats komt. We zijn ons bewust van het volgende: zolang gevechtstechnieken daadwerkelijk getoetst worden in gevechten op leven en dood, op slagvelden of eenzame landwegen, kunnen we ervan uitgaan dat de technieken effectief waren. Als deze toetsing achterwege blijft in geciviliseerde samenlevingen, zullen technieken de neiging hebben om te degenereren en te ontaarden in een vormenspel. We trachten dus zoveel mogelijk de effectiviteit van de technieken te testen in oefengevechten (randori) waarin in feite potentieel gevaarlijke technieken op een veilige manier worden beoefend, met respect voor de partner.
In het algemeen geldt dat bij de beoefening van vechtsport/vechtkunst het nooit om een echt gevecht gaat! Ofwel wordt een aanname gedaan van het effect van de toegepaste techniek, ofwel worden er regels opgesteld die controleren wat er mag en welke schade is toegestaan. Een voorbeeld: de ju-jitsuka geeft tijdens de training zijn of haar trainingspartner niet voluit een kniestoot in het kruis. De partner suggereert als reactie daarop het effect door voorover te buigen waardoor de rest van de techniek kan worden uitgevoerd. Andersom mag een kickbokser zo hard slaan en trappen als hij of zij wil, maar is een kniestoot in het kruis niet toegestaan, evenmin als een schouderworp of verwurging.
Een goed uitgangspunt voor het beoefenen van Ju-Jitsu is dit te zien als een synthese van het Judo, Karate en Aikido, samen met specifieke bewegingen uit andere disciplines en traditionele vormen. We spreken hier van de zuilen waarop het moderne Ju-Jitsu zich baseert. Het beoefenen van deze budo-vormen naast het Ju-Jitsu is dan ook niet strijdig maar diept de, voor het Ju-Jitsu noodzakelijke vaardigheden, uit.
In het Ju-Jitsu zijn ook wedstrijdvormen ontwikkeld. Toch moeten we het inzicht ontwikkelen dat winnen en verliezen niet belangrijk zijn. Winnen is slechts relatief. Als een mens blijft vechten om te winnen, wordt hij uiteindelijk toch verslagen. Volgens een groot Japans meester is het echte gevecht in het leven, het overwinnen van beperkingen door kleinzieligheid, ambities, onverdraagzaamheid en zelfzuchtigheid. Uiteindelijk heb je slechts één vijand en dat is je eigen ego. Het overwinnen van je innerlijke ‘demonen’ en het vinden van innerlijke rust, om zo een beter en vredelievender mens te worden, is het hoogste doel in het beoefenen van budo. Je kan misschien de wereld niet veranderen maar wel jezelf. Dit is de eerste belangrijke stap naar een wereld waarin alle culturen in vrede met elkaar kunnen leven.
Samengevat zijn er verschillende doelstellingen waarmee het Ju-Jitsu kan beoefend worden en heeft iedere beoefenaar een eigen visie en voorkeur:
- Ju-Jitsu als zelfverdediging
- Ju-Jitsu als wedstrijdsport
- Ju-Jitsu als “do”-vorm, de weg naar fysieke en mentale zelfontwikkeling
GRADUATIES (in Europa)
| Lagere graden (Kyu) | Kleur | Benaming |
| 6e kyu | Witte gordel | Rokkyu |
| 5e kyu | Gele gordel | Gokyu |
| 4e kyu | Oranje gordel | Yonkyu / Shikyu |
| 3e kyu | Groene gordel | Sankyu |
| 2e kyu | Blauwe gordel | Nikyu |
| 1e kyu | Bruine gordel | Ikkyu |
| Hogere graden (Dan) | ||
| 1e dan | Zwarte gordel | Shodan |
| 2e dan | Zwarte gordel | Nidan |
| 3e dan | Zwarte gordel | Sandan |
| 4e dan | Zwarte gordel | Yondan |
| 5e dan | Zwarte gordel | Godan |
| 6e dan | Rood-wit geblokte gordel | Rokudan |
| 7e dan | Rood-wit geblokte gordel | Shichidan |
| 8e dan | Rood-wit geblokte gordel | Hachidan |
| 9e dan | Volledig rode gordel | Kudan |
| 10e dan | Dubbele witte gordel | Judan |